:: STARTPAGINA

 

:: WIE ZIJN WE

 
:: DOELSTELLINGEN

TURNHOUT ::

:: PEDAGOGISCH BELEID

BEERSE ::

:: HOE INSCHRIJVEN

ARENDONK ::

:: OPENINGSUREN / VERLOF

 GEEL ::

:: OUDERBIJDRAGEN

 

:: VOEDING

 

:: KWALITEIT

 


GEEL


| Mannestraat 24 | 2440 Geel | Tel: 014 58 28 96 | Fax: 014 58 28 96| geel@dolfijnvzw.be| Routeplan |







FOTO'S OPENDEURDAG!!!!

  EVEN VOORSTELLEN  
 
  Ons kinderdagverblijf biedt opvang aan 27 kindjes.
  Deze kinderen spelen verdeeld over 3 groepen.
   
  Onze eerste groep zijn de PRIKKELTJES :
 
  Dit is de babygroep. Deze groep bestaat uit kinderen tussen 0 en 14 maanden. Er zitten ongeveer 10 baby’s per dag bij de Prikkeltjes.
 
 
 
  De baby maakt in zijn eerste levensjaar een enorme ontwikkeling door. Een warme en liefdevolle zorg vormt hierbij de basis. De baby hecht zich aan mensen die voor hem vertrouwd zijn. Geur, lichaam en de stem worden herkend en het kind voelt zich geborgen. Om in deze primaire behoefte te voorzien hebben wij kleine babygroepen met vaste vertrouwde leid(st)ers. Onze zorg voor de baby gaat gepaard met een grote hoeveelheid warmte en liefde. Wij genieten van het kind en geven het individuele aandacht wanneer wij de baby voeden, verschonen of in bed leggen. Als een baby onrustig is, nemen wij hem in de armen of leggen hem in bed en aaien hem over het hoofdje, zodat hij gaat slapen. Iedere baby heeft een eigen ritme.
 
  In goed overleg met de ouders zetten wij het ritme, zoals het kindje dat thuis gewend is, voort. Tijden van slapen en voeding worden doorgesproken en vastgelegd in een schema. Dit wil niet zeggen dat wij dit schema star volgen. Als een baby eerder honger of slaap heeft, houden wij hier rekening mee. De oudere baby’s van de groep eten en drinken gezamenlijk aan tafel. De beleving van de baby is lichamelijk, hij voelt, ruikt en proeft alles wat hij op zijn weg tegenkomt.
 
  Het prikkelen van de zintuigen stimuleert het kind zich te gaan voortbewegen. Omrollen, oprichten en kruipen gaan steeds beter. De leid(st)ers stimuleren de baby met het maken van geluidjes, het rollen van een bal en het zingen van liedjes. Naarmate de kinderen ouder worden, gaan ze op elkaar reageren met geluiden; twee baby’s beleven veel plezier tegenover elkaar in een kinderstoel. In Dol-fijn streven we ernaar  het ritme, zoals de baby dat thuis kent, voort te zetten. Zo heeft iedere baby zijn eigen ritme van spelen, slapen en voeding.
 
 
  De tweede groep zijn de RAKKERTJES :
 
 
Dit is de kruipergroep. Hierin zitten kinderen met een leeftijd tussen 14 maanden en 22 maanden. Kortom de kinderen die al stevig hun mannetje kunnen staan. Deze kinderen moeten nog niet kunnen lopen maar wel goed kunnen zitten en liefst kunnen kruipen. In deze groep zijn er per dag ongeveer 11 kindjes.
 
 
  De Rakkertjes gaan actiever om met hun omgeving dan de baby’s en ontdekken dat ze hierop invloed kunnen uitoefenen. Omdat de Rakkertjes nog geen besef hebben van gevaar, hebben zij bij het ontdekken bescherming nodig. De Rakkertjes zien geen gevaar in het klimmen op tafels. Door de kinderen in bescherming te nemen en ze spelenderwijs te begrenzen, kunnen de kinderen veilig hun omgeving verkennen. In Dol-fijn bieden wij deze bescherming. Het kind wordt veilig op weg geholpen in het contact met de andere kinderen. Dit leidt tot zelfvertrouwen en de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Spel wordt door de leid(st)ers spelenderwijs in goede banen geleid. De Rakkertjes leren al spelend wat wel en niet mag.
 
  Ook de taalontwikkeling komt op gang, kinderen zeggen woorden na en leren deze zelf gebruiken. Met het lezen en bekijken van boekjes stimuleren wij kinderen bij deze ontwikkeling. De Rakkertjes kunnen zich steeds beter voortbewegen en ontdekken het plezier in het bewegen van hun lichaam. Met dans en muziek spelen we hierop in; de Rakkertjes vinden het prachtig om te dansen. Knutselen vinden de Rakkertjes ook geweldig.  Lekker kliederen met verf, brooddeeg en andere materialen. Het individuele ritme gaat geleidelijk over in een groepsritme. De kinderen eten gezamenlijk aan tafel. Het bord met fruit geven de kinderen aan elkaar door. Zo leren ze delen en rekening houden met elkaar.
 
 
  De derde groep zijn de BENGELS :
  Wij noemen deze groep ook wel eens de peuters. Dat zijn de grootste kapoenen van onze bende, het zijn de kinderen tussen 22 maanden tot ze naar school gaan. Er zitten ongeveer 13 kindjes per dag in deze groep.
 
 
  Nieuwsgierigheid drijft de peuter in zijn ontdekking van de wereld. Van alles wat hij op zijn weg tegenkomt, wil hij weten wat het is en er het liefst mee spelen. Wat de peuter ziet van de leidster of de andere kinderen wil hij imiteren. De peutergroep is op deze ontdekkingsdrang ingericht. Er is op verschillende plekken van alles te ontdekken en te beleven.
 
  De speelplekken en het speelmateriaal komen tegemoet aan de behoefte volwassenen te imiteren. Zo is er een poppenhoek met potten en pannen, kleding, speelgoed, eten en nog veel meer. Het is de rol van de leidster de peuters op weg te helpen bij het ontdekken. Vervolgens houdt zij afstand van het spel, zodat de kinderen hun eigen spel ontwikkelen en hier vrije keuzes in kunnen maken.
 
  De taalontwikkeling komt in een stroomversnelling door alle woorden die het kind leert. De leidster stimuleert de taalontwikkeling door het zingen van liedjes en het opzeggen en uitbeelden van versjes. Dramatische expressie is een activiteit waaraan wij veel waarde hechten. Al vertellend of zingend lopen, rennen en kruipen de kinderen door de groep en beelden uit dat ze dieren of kabouters zijn; door het oerwoud lopen of zwemmen in de oceaan. Kinderen kunnen zich in deze activiteit uiten en beleven groot plezier.
 
 
  Als de kinderen overgaan naar een andere groep wordt niet alleen naar leeftijd gekeken maar ook naar de individuele ontwikkeling van het kind. De kinderen gaan enkele dagen ervoor al eens een paar uurtjes wennen bij de volgende groep. Naast de kinderen moeten ook de ouders klaar zijn voor de overgang. Dit wordt steeds besproken met de ouders.
 
 
  EEN DAG IN DE KINDEROPVANG
 
 
 
  Als we aankomen hangen we ons jasje aan de kapstok. We hebben ieder ons eigen kenteken.
 
  We leggen vervolgens onze tutjes, knuffels en reservekleedjes in ons persoonlijk kastje. We worden ’s morgens graag na een kort afscheid afgegeven aan een kinderverzorgster die ons met open armen ontvangt. Als mama of papa mijn boekje mee afgeven, en eventueel mijn papje en mijn medicijnen (met een voorschrift), dan heb ik alles bij de hand.
 
  Daarna komen we ’s ochtends allen (Prikkeltjes, Rakkertjes en Bengels) samen in het Bengellokaal  waar we leuk kunnen spelen in onze super-de-luxe dreumesboom. Aangekomen in het Bengellokaal  spelen we vrij tot we rond 8u30 worden opgesplitst in de eigen leefgroepjes.
 
  Als we voor 8u30 bij Dolfijn zijn, kunnen we er ons ontbijtflesje nog leegdrinken. Dit dienen de ouders mee te brengen. Kindjes die zelf al hun boterhammetjes kunnen eten, mogen die ook meebrengen. Zo eten de grotere kindjes gezellig samen aan tafel.
 
  Om 9u00 smullen we een lekker stuk banaan, appel of een droge koek. Daarbij genieten we nog van een verfrissend drankje zoals water, appel- of sinaasappelsap of melk. Hierbij zitten we gezellig samen in onze zithoek. 
 
  Bij de Prikkeltjes en de Rakkertjes kunnen we als we moe zijn al een dutje gaan doen. Bij de Prikkeltjes hebben we allemaal nog lekker ons eigen ritme van slapen en eten.
 
  Tussen 9u30 en 10u30 mogen we zelf een doos aangepast speelgoed uitkiezen. Spelen we geleid, knutselen of spelen we buiten bij mooi weer. Ja, ja – wij zijn harde werkers ! Onze knutselwerkjes mogen best gezien worden en schitteren dan ook tegen de muur of aan het plafond. Wij knutselen vaak rond een bepaald thema, of ook gewoon omdat wij dat SUPERLEUK vinden ! Buitenspelen is toch zó plezant: fietsen, klimmen, krijtspelletjes, bellen blazen, en zo verder … Als ons speeluurtje voorbij is ruimen we alles zelf mee op. Als we flink opruimen krijgen we wel eens een stempeltje.
 
  Als er bij ons iemand jarig is, dan zetten we die altijd in de ‘spotlights’. U mag dan voor de kindjes een kleine traktatie meebrengen.
 
  Rond 10u30 zingen we liedjes of oefenen we wat met kleuren. Soms vertelt de verzorgster ook een verhaaltje.
 
  ’s Middags smullen we lekkere patatjes, spaghetti of rijst – steeds met verse groentjes, en vlees of vis. Vervolgens drinken we soep. Ons middagmaal wordt helemaal aangepast volgens onze leeftijd. Als nagerechtje eten we vaak een stuk fruit, een platte kaasje, en soms een ijsje. Daarna krijgen we een bekertje drinken. Sommige Prikkeltjes drinken nog flink hun flesje, ouders brengen het vereiste aantal (lege) flesjes gesteriliseerd en gelabeld mee samen met de verpakking poeder voor zuigelingenvoeding. Eventueel kan er een speciale dispenser meegebracht worden waarin het aantal maatjes poeder, per fles, vooraf is afgemeten.  Het water, gebruikt voor de bereiding, is Evian water, en dient NIET meegebracht te worden.
 
  Als we ons buikje rond hebben gaan we (kindjes die al groot en flink zijn) naar de badkamer. Daar staan onze potjes klaar. We gaan er allemaal flink opzitten. Vervolgens proberen we zelf onze kleedjes uit te doen. Voor het slapen gaan krijgen we nog allemaal een propere luier aan. We nemen ons tutje en knuffel, en kruipen in ons een bedje in de slaapzaal. De verzorgster stopt ons lekker toe met een deken en wenst ons een heerlijk dutje. Tijdens ons middagdutje houdt de verzorgster  een oogje in ’t zeil, en vult ze onze 1,2 Hupsakee-kaftjes in.  Ook de maandelijkse observatieverslagen zijn dan vaak aan de beurt.
 
  Als we terug wakker zijn, bergen we ons tutje en knuffel op, krijgen we een droge pamper aan of gaan naar het toilet, en helpen we mee onze kleedjes aan te doen. Om 15u00 eten we lekker boterhammetjes met beleg, fruitpap, cornflakes, en ook al eens een pannenkoek of verloren brood. Als we buiten spelen en het zonnetje schijnt, worden we ingesmeerd met zonnecrème, en krijgen we een petje op. Als het zéér warm is nemen we ook wel eens een duik in ons zwembad … dat is pas écht plezant!
 
  Na ons 4-uurtje hebben we de mogelijkheid tot vrij spel, geleid spel of buitenspel. Wij mogen heel de dag door gebruik maken van de potjes, en als we een vuile pamper hebben worden we verschoond – uiteraard! Voor we naar huis gaan worden we nog eens verluierd en lekker opgefrist.
 
  Voor de late blijvertjes wordt er rond vijf uur nog een stukje fruit of een droge koek, en een drankje voorzien. Om 18u30 sluiten we de gordijntjes van ons Dol-Fijn kinderdagverblijf.
 
 
  Iedere groep heeft zijn eigen LOKAAL.
 
 
 
  Iedere leefgroep heeft een aparte badkamer waarin de kinderen verzorgd worden. De kinderen kunnen ook een badje nemen als het nodig is.
 
  In de verschillende leefgroepen is er ook een slaapkamer. Ieder kind heeft zijn eigen bedje. Als de kinderen hun dutje doen slapen ze met hun hemdje of body in een slaapzak met een fleece dekentje. De grotere kindjes slapen onder een donsdekentje. Boven het bedje hangt de kindjes hun kenteken. Het kenteken krijgen ze aan het begin van hun verblijf, bv. een olifant. Het tekentje hangt ook aan hun kapstokje en/of aan hun stoel.
 
  De speelzalen worden versierd met, door de kinderen, zelf gemaakte kunstwerkjes. Aan de muren pronken ook nog wat foto’s, een gezinsfoto en een foto van de kinderen zelf. De lokalen zijn onderverdeeld in kleine verschillende hoekjes, bv. een blokkenmat, een poppenhoek en een kookhoekje. De kinderen mogen spelen met wat ze willen. Het meeste speelgoed staat binnen handbereik.
 
  In het lokaal van de Bengels hebben we nog een reftertje. De kindjes kunnen daar samen eten.
 
  Buiten kunnen we natuurlijk heerlijk spelen in onze zandbak. Als het gras niet te nat is gaan we op het grasveld spelen.
 
 
  TEAM:
 
 
 
  Alleen de beste leid(st)ers werken in kinderdagverblijf Dol-fijn . Ze hebben minimaal een middelbare beroepsopleiding voor kinderverzorgster, sommige zijn ook kleuterleid(st)ers of opvoedsters. De medewerkers zijn liefdevol, enthousiast en gemotiveerd. Tussen de verzorgsters onderling is een goede, hulpvaardige sfeer. De medewerkers volgen regelmatig cursussen ter bevordering van hun deskundigheid en ze beschikken over een geldig, kindgericht, EHBO-diploma. De brandoefening wordt ook op gepaste tijden getraind.
 
  Onze Prikkeltjes worden verwend en vertroeteld door een kinderverzorgster. De helft van de tijd krijgt ze hulp van haar collega.
 
  Een kinderverzorgster zorgt ervoor dat het bij de Rakkertjes allemaal netjes verloopt.
 
  De Bengels zingen en springen samen met voltijdse kinderverzorgster.
 
  Wij hebben het geluk van nog een voltijdse en een kinderverzorgster in te kunnen zetten waar het nodig is.
 
 
  Dit team wordt versterkt door
 
 
 
 
Één voltijdse huishoudelijke hulp, bijgestaan door een halftijdse logistieke hulp. Zij zorgen ervoor dat de kindjes een afwisselend, gezond en vers menu voorgeschoteld krijgen en dat de kribbe netjes blijft.
 

Een klusjesman, die om de 4 weken alle herstellingen en klusjes komt klaren.
 
 
Een verpleegkundige als diensthoofd.
 
Verder zijn er nog studenten die ons een handje komen toesteken.
 
 
ZINDELIJKHEIDSTRAINING
 
 
  Als het kindje de leeftijd bereikt heeft waarop hij/zij kan starten met de zindelijkheidstraining, is het belangrijk dat er pas mee gestart wordt als het kind, maar ook de ouders er klaar voor zijn.
 
 
  De 3 grote voorwaarden om te starten.  
 
  Het kind moet beseffen dat het bezig is met plassen of stoelgang maken: dit kan door aan te wijzen dat er iets in de luier zit.
 
  Het kind moet de sluitspier van blaas en anus bewust kunnen beheersen, meestal komt dit na zijn/haar 2 jaar.
 
  Het kind moet zelf zindelijk willen worden.
 
 
  Hoe verloopt de zindelijkheidstraining concreet?  
 
  Start de zindelijkheidstraining als iedereen er klaar voor is! Laat uw kind eerst wennen aan het potje: voor en na het slapen, het bad, ...
 
  Als het kind iets in het potje doet, kan zij/hij starten met de training. Vanaf dan laten we de luier uit!
 
  De kinderverzorgster start de zindelijkheidstraining in samenspraak met de ouders. Als er op het kinderdagverblijf gestart wordt, dient het thuis ook gedaan te worden! Dit is belangrijk voor een vlot verloop.
 
  Het kind doet geen luier of een optrekbroekje aan! Het kind draagt dan uiteraard ook onderbroekjes en onderhemdjes.
 
  Om het uur het potje bezoeken. (nooit langer dan 5 minuten)
 
  Zeg steeds “Kom we gaan plassen” ipv “Moet je gaan plassen?” (Gezien de koppigheidsfase van de kinderen zijn ze geneigd om nee te antwoorden).
 
  Voorzie gemakkelijke kledij! Eventueel enkel een onderbroekje en een shortje. Voorzie voldoende reservekledij, zodat uw kind zich steeds proper voelt.
 
  Tracht niet over ongelukjes te praten in het bijzijn van uw kind. Als het kindje iets gedaan heeft op het potje mag het een stempel zetten achter zijn kenteken.
 
     

 


TERUG NAAR BOVEN