| |
EVEN VOORSTELLEN |
|
| |
| |
Ons
kinderdagverblijf biedt opvang aan 27 kindjes. |
| |
Deze
kinderen spelen verdeeld over 3 groepen. |
|
 |
| |
|
| |
Onze eerste groep zijn de PRIKKELTJES :
|
| |
Dit is de
babygroep. Deze groep bestaat uit kinderen tussen 0 en 14
maanden. Er zitten ongeveer 10 baby’s per dag bij de Prikkeltjes.
|
|
| |
| |
De baby maakt in zijn eerste levensjaar een enorme ontwikkeling
door. Een warme en liefdevolle zorg vormt hierbij de basis. De
baby hecht zich aan mensen die voor hem vertrouwd zijn. Geur,
lichaam en de stem worden herkend en het kind voelt zich
geborgen. Om in deze primaire behoefte te voorzien hebben wij
kleine babygroepen met vaste vertrouwde leid(st)ers. Onze zorg
voor de baby gaat gepaard met een grote hoeveelheid warmte en
liefde. Wij genieten van het kind en geven het individuele
aandacht
wanneer
wij de baby voeden, verschonen of in bed leggen.
Als een baby onrustig is, nemen wij hem in de armen of leggen
hem in bed en aaien hem over het hoofdje, zodat hij gaat slapen.
Iedere baby heeft een eigen ritme.
|
| |
In goed overleg met de ouders zetten wij het ritme, zoals het
kindje dat thuis gewend is, voort. Tijden van slapen en voeding
worden doorgesproken en vastgelegd in een schema. Dit wil niet
zeggen dat wij dit schema star volgen. Als een baby eerder
honger of slaap heeft, houden wij hier rekening mee. De oudere
baby’s van de groep eten en drinken gezamenlijk aan tafel. De
beleving van de baby is lichamelijk, hij voelt, ruikt en proeft
alles wat hij op zijn weg tegenkomt.
|
| |
Het prikkelen van de zintuigen stimuleert het kind zich te gaan
voortbewegen. Omrollen, oprichten en kruipen gaan steeds beter.
De leid(st)ers stimuleren de baby met het maken van geluidjes,
het rollen van een bal en het zingen van liedjes. Naarmate de
kinderen ouder worden, gaan ze op elkaar reageren met geluiden;
twee baby’s beleven veel plezier tegenover elkaar in een
kinderstoel. In Dol-fijn streven we ernaar het ritme,
zoals de baby dat thuis kent, voort te zetten. Zo heeft iedere
baby zijn eigen ritme van spelen, slapen en voeding.
|
|
|
| |
De tweede groep zijn de RAKKERTJES :
|
 |
| |
Dit is de
kruipergroep. Hierin zitten kinderen met een leeftijd tussen 14
maanden en 22 maanden. Kortom de kinderen die al stevig hun
mannetje kunnen staan. Deze kinderen moeten nog niet kunnen
lopen maar wel goed kunnen zitten en liefst kunnen kruipen. In
deze groep zijn er per dag ongeveer 11 kindjes.
|
|
| |
| |
De Rakkertjes gaan actiever om met hun omgeving dan de baby’s en
ontdekken dat ze hierop invloed kunnen uitoefenen. Omdat de
Rakkertjes nog geen besef hebben van gevaar, hebben zij bij
het ontdekken bescherming nodig. De Rakkertjes zien geen gevaar
in het klimmen op tafels. Door de kinderen in bescherming te
nemen en ze spelenderwijs te begrenzen, kunnen de kinderen
veilig hun omgeving verkennen. In Dol-fijn bieden wij deze
bescherming. Het kind wordt veilig op weg geholpen in het
contact met de andere kinderen. Dit leidt tot zelfvertrouwen en
de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Spel wordt door de
leid(st)ers spelenderwijs in goede banen geleid. De Rakkertjes leren al spelend wat wel en niet mag.
|
| |
Ook de taalontwikkeling komt op gang, kinderen zeggen woorden na
en leren deze zelf gebruiken. Met het lezen en bekijken van
boekjes stimuleren wij kinderen bij deze ontwikkeling. De
Rakkertjes kunnen zich steeds beter voortbewegen en ontdekken
het plezier in het bewegen van hun lichaam. Met dans en muziek
spelen we hierop in; de Rakkertjes vinden het prachtig om te
dansen. Knutselen vinden de Rakkertjes ook geweldig. Lekker
kliederen met verf, brooddeeg en andere materialen. Het
individuele ritme gaat geleidelijk over in een groepsritme. De
kinderen eten gezamenlijk aan tafel. Het bord met fruit geven de
kinderen aan elkaar door. Zo leren
ze
delen en
rekening houden met elkaar.
|
|
|
| |
De derde groep zijn de BENGELS : |
 |
| |
Wij noemen
deze groep ook wel eens de peuters. Dat zijn de grootste kapoenen
van onze bende, het zijn de kinderen tussen 22 maanden tot ze naar
school gaan. Er zitten ongeveer 13 kindjes per dag in deze groep.
|
| |
| |
Nieuwsgierigheid drijft de peuter in zijn
ontdekking van de wereld. Van alles wat hij op zijn weg
tegenkomt, wil hij weten wat het is en er het liefst mee spelen.
Wat de peuter ziet van de leidster of de andere kinderen wil hij
imiteren. De peutergroep is op deze ontdekkingsdrang ingericht.
Er is op verschillende plekken van alles te ontdekken en te
beleven.
|
| |
De speelplekken en het speelmateriaal komen tegemoet aan de
behoefte volwassenen
te imiteren. Zo is er een poppenhoek met
potten en pannen, kleding, speelgoed, eten en nog veel meer. Het
is de rol van de leidster de peuters op weg te helpen bij het
ontdekken. Vervolgens houdt zij afstand van het spel, zodat de
kinderen hun eigen spel ontwikkelen en hier vrije keuzes in
kunnen maken.
|
| |
De taalontwikkeling komt in een stroomversnelling door alle
woorden die het kind leert. De leidster stimuleert de
taalontwikkeling door het zingen van liedjes en het opzeggen en
uitbeelden van versjes. Dramatische expressie is een activiteit
waaraan wij veel waarde hechten. Al vertellend of zingend lopen,
rennen en kruipen de kinderen door de groep en beelden uit dat
ze dieren of kabouters zijn; door het oerwoud lopen of zwemmen
in de oceaan. Kinderen kunnen zich in deze activiteit uiten en
beleven groot plezier.
|
|
|
| |
Als de kinderen overgaan naar een andere groep wordt niet alleen
naar leeftijd gekeken maar ook naar de individuele ontwikkeling van
het kind.
De kinderen
gaan enkele dagen ervoor al eens een paar uurtjes wennen bij de
volgende groep.
Naast de kinderen moeten ook de ouders klaar zijn voor de overgang.
Dit wordt steeds besproken met de ouders.
|
|
| |
EEN DAG IN DE KINDEROPVANG
|
|
| |
| |
Als we aankomen
hangen we ons jasje aan de kapstok. We hebben ieder ons eigen
kenteken.
|
| |
We leggen vervolgens onze tutjes, knuffels en reservekleedjes
in ons persoonlijk kastje. We worden ’s
morgens graag na een kort afscheid
afgegeven aan een kinderverzorgster die ons met open armen
ontvangt. Als mama of papa mijn boekje mee afgeven, en eventueel
mijn papje en mijn medicijnen (met een voorschrift), dan heb
ik alles bij de hand.
|
| |
Daarna komen we ’s ochtends allen (Prikkeltjes, Rakkertjes en
Bengels) samen in het Bengellokaal
waar we leuk kunnen spelen in onze super-de-luxe dreumesboom.
Aangekomen in het Bengellokaal spelen we vrij tot we rond 8u30 worden opgesplitst in de eigen leefgroepjes.
|
| |
Als we voor 8u30
bij Dolfijn zijn, kunnen we er ons ontbijtflesje nog
leegdrinken. Dit dienen de ouders mee te brengen. Kindjes die
zelf al hun boterhammetjes kunnen eten, mogen die ook
meebrengen. Zo eten de grotere kindjes gezellig samen aan tafel.
|
| |
Om 9u00 smullen
we een lekker stuk banaan, appel of een
droge koek. Daarbij genieten we nog van een verfrissend drankje
zoals water, appel- of sinaasappelsap of melk. Hierbij zitten
we gezellig samen in
onze
zithoek.
|
| |
Bij de Prikkeltjes en de Rakkertjes kunnen we als we moe zijn al
een dutje gaan doen. Bij de Prikkeltjes hebben we allemaal nog lekker ons
eigen ritme van slapen en eten.
|
| |
Tussen 9u30 en 10u30 mogen we zelf een doos aangepast speelgoed
uitkiezen.
Spelen we geleid,
knutselen of spelen we buiten bij mooi weer. Ja, ja – wij zijn
harde werkers !
Onze knutselwerkjes
mogen best gezien worden en schitteren dan ook tegen de muur of
aan het plafond. Wij knutselen vaak rond een bepaald thema, of
ook gewoon omdat wij dat SUPERLEUK vinden ! Buitenspelen is toch
zó plezant: fietsen, klimmen, krijtspelletjes, bellen blazen, en
zo verder …
Als ons speeluurtje voorbij is ruimen we alles zelf
mee op. Als we flink opruimen krijgen we wel eens een
stempeltje.
|
| |
Als er bij ons iemand jarig is, dan zetten we die altijd in de
‘spotlights’. U mag dan voor de kindjes een kleine traktatie
meebrengen.
|
| |
Rond 10u30
zingen we liedjes of oefenen we wat met
kleuren. Soms vertelt de verzorgster ook een verhaaltje.
|
| |
’s Middags smullen we
lekkere patatjes, spaghetti of rijst – steeds met verse
groentjes, en vlees of vis. Vervolgens drinken we soep. Ons
middagmaal wordt helemaal aangepast volgens onze leeftijd. Als
nagerechtje eten we vaak een stuk fruit, een platte kaasje, en
soms een ijsje. Daarna krijgen we een bekertje drinken. Sommige
Prikkeltjes drinken nog flink hun flesje,
ouders brengen het
vereiste aantal (lege) flesjes gesteriliseerd en gelabeld mee
samen met de verpakking poeder voor zuigelingenvoeding.
Eventueel kan er een speciale dispenser meegebracht worden
waarin het aantal maatjes poeder, per fles, vooraf is afgemeten.
Het water, gebruikt voor de bereiding, is Evian water, en dient
NIET meegebracht te worden.
|
| |
Als we ons buikje rond hebben gaan we (kindjes
die al groot en flink
zijn) naar de badkamer. Daar staan onze potjes klaar. We gaan
er allemaal flink opzitten.
Vervolgens
proberen
we
zelf onze kleedjes uit te doen. Voor het
slapen gaan
krijgen we nog allemaal een propere luier aan. We nemen ons
tutje en knuffel, en kruipen in ons een bedje in de slaapzaal.
De verzorgster stopt ons lekker toe met een deken en wenst
ons een heerlijk dutje. Tijdens ons middagdutje houdt de
verzorgster een oogje in ’t zeil, en vult ze onze 1,2 Hupsakee-kaftjes in. Ook de maandelijkse observatieverslagen zijn dan
vaak aan de beurt.
|
| |
Als we terug wakker zijn, bergen we ons tutje en knuffel op,
krijgen we een droge
pamper aan of gaan naar het toilet, en
helpen we mee onze kleedjes aan te doen.
Om 15u00 eten
we lekker boterhammetjes met beleg, fruitpap, cornflakes, en ook al eens
een pannenkoek of verloren brood. Als we buiten spelen en het
zonnetje schijnt, worden we ingesmeerd met zonnecrème, en
krijgen we een petje op. Als het zéér warm is nemen we ook wel
eens een duik in ons zwembad … dat is pas écht plezant!
|
| |
Na ons 4-uurtje
hebben we de mogelijkheid tot vrij spel, geleid spel of
buitenspel. Wij mogen heel de dag door gebruik maken van de
potjes, en als we een vuile pamper hebben worden we verschoond –
uiteraard! Voor we naar huis gaan worden we nog eens verluierd
en lekker opgefrist.
|
| |
Voor de late blijvertjes wordt er rond
vijf uur nog een stukje fruit of een droge koek, en een drankje
voorzien. Om 18u30
sluiten we de gordijntjes van ons Dol-Fijn kinderdagverblijf.
|
|
|
| |
Iedere groep heeft zijn eigen LOKAAL.
|
|
| |
| |
Iedere leefgroep heeft een aparte badkamer waarin de kinderen
verzorgd worden. De kinderen kunnen ook een badje nemen als het nodig is.
|
| |
In de verschillende leefgroepen is er ook een slaapkamer. Ieder
kind heeft zijn eigen bedje. Als de kinderen hun dutje doen
slapen ze met hun hemdje of body in een slaapzak met een
fleece dekentje. De grotere kindjes slapen onder een
donsdekentje. Boven het bedje hangt de kindjes hun kenteken.
Het kenteken krijgen ze aan het begin van hun verblijf, bv. een olifant. Het tekentje hangt ook aan hun
kapstokje en/of aan hun stoel.
|
| |
De speelzalen worden versierd met, door de kinderen, zelf
gemaakte kunstwerkjes. Aan de muren pronken ook nog wat foto’s,
een gezinsfoto en een foto van de kinderen zelf. De lokalen zijn
onderverdeeld in kleine verschillende hoekjes, bv. een
blokkenmat, een poppenhoek en een kookhoekje. De kinderen
mogen spelen met wat ze willen. Het meeste speelgoed staat
binnen handbereik.
|
| |
In het lokaal van de Bengels hebben we nog een reftertje. De
kindjes kunnen daar samen eten.
|
| |
Buiten kunnen we natuurlijk heerlijk spelen in onze zandbak. Als het gras niet te nat is gaan we op het grasveld spelen.
|
|
|
| |
TEAM:
|
|
| |
| |
Alleen de beste leid(st)ers werken in kinderdagverblijf Dol-fijn
. Ze hebben minimaal een middelbare beroepsopleiding voor
kinderverzorgster, sommige zijn ook kleuterleid(st)ers of
opvoedsters. De medewerkers zijn liefdevol, enthousiast en
gemotiveerd. Tussen de verzorgsters onderling is een goede,
hulpvaardige sfeer. De medewerkers volgen regelmatig cursussen
ter bevordering van hun deskundigheid en ze beschikken over een
geldig, kindgericht, EHBO-diploma. De brandoefening wordt ook op
gepaste tijden getraind.
|
| |
Onze Prikkeltjes
worden verwend en vertroeteld door een
kinderverzorgster. De helft van de tijd krijgt ze hulp van haar
collega.
|
| |
Een kinderverzorgster zorgt
ervoor dat het bij de Rakkertjes
allemaal netjes verloopt.
|
| |
De Bengels
zingen en springen samen met voltijdse kinderverzorgster.
|
| |
Wij hebben het geluk van nog een voltijdse en een
kinderverzorgster in te kunnen zetten waar het nodig is.
|
|
|
| |
Dit
team wordt versterkt door
|
|
| |
| |
 |
Één voltijdse
huishoudelijke hulp, bijgestaan door een halftijdse
logistieke hulp. Zij zorgen ervoor dat de kindjes een
afwisselend, gezond en vers menu voorgeschoteld krijgen en
dat de kribbe netjes blijft. |
|
| |
 |
Een
klusjesman, die om de 4 weken alle herstellingen en klusjes komt
klaren.
|
|
| |
 |
Een
verpleegkundige als diensthoofd. |
|
| |
 |
Verder zijn er nog
studenten die ons een handje komen toesteken. |
|
|
|
| |
ZINDELIJKHEIDSTRAINING
|
|
| |
Als
het kindje de leeftijd bereikt heeft waarop hij/zij kan starten met
de zindelijkheidstraining, is
het
belangrijk dat er pas mee gestart
wordt als het kind, maar ook de ouders er klaar voor zijn.
|
|
| |
De 3 grote voorwaarden om te starten. |
|
| |
| |
Het kind moet beseffen dat het bezig is met plassen of
stoelgang maken: dit kan door aan te wijzen dat er iets in de
luier zit.
|
| |
Het kind moet de sluitspier van blaas en anus bewust kunnen
beheersen, meestal komt dit na zijn/haar
2 jaar.
|
| |
Het kind moet zelf zindelijk willen worden.
|
|
|
| |
Hoe verloopt de zindelijkheidstraining concreet? |
|
| |
| |
Start de zindelijkheidstraining als iedereen er klaar
voor is! Laat uw kind eerst wennen aan het potje: voor en na het
slapen, het bad, ...
|
| |
Als het kind iets in het potje doet, kan zij/hij starten
met de training. Vanaf dan laten we de luier uit!
|
| |
De kinderverzorgster start de zindelijkheidstraining in
samenspraak met de ouders. Als er op het kinderdagverblijf
gestart wordt, dient het thuis ook gedaan te worden! Dit is
belangrijk voor een vlot verloop.
|
| |
Het kind doet geen luier of een optrekbroekje aan! Het kind
draagt dan uiteraard ook onderbroekjes en onderhemdjes.
|
| |
Om het uur het potje bezoeken. (nooit langer dan 5 minuten)
|
| |
Zeg steeds “Kom we gaan plassen” ipv “Moet je gaan plassen?”
(Gezien de koppigheidsfase van de kinderen zijn ze geneigd om
nee te antwoorden).
|
| |
Voorzie gemakkelijke kledij! Eventueel enkel een onderbroekje en
een shortje. Voorzie voldoende reservekledij, zodat uw kind zich
steeds proper voelt.
|
| |
Tracht niet over ongelukjes te praten in het bijzijn van uw
kind. Als het kindje iets gedaan heeft op het potje mag het een
stempel zetten achter zijn kenteken. |
|
|
| |
|
|